11
apr

SPRING TIME | Britten Jeugd Strijkorkest met Anastasia Kobekina

11 april 2021 Theater de Spiegel

 

Het prachtige celloconcert van Edward Elgar staat centraal bij SPRING TIME door het Britten Jeugd Strijkorkest. Zeer verheugd zijn we dat de fantastische celliste Anastasia Kobekina soleert bij dit concert.

Gezien de coronamaatregelen is dit concert gepland onder voorbehoud. Meer informatie volgt spoedig.

 


Het Celloconcert in e mineur (opus 85) was het laatste grote werk van de componist Edward Elgar. Dit werk is van groot belang in het repertoire van muziek voor de cello. Elgar schreef het celloconcert tijdens de zomer van 1919 in zijn afgezonderd gelegen tuinhuisje genaamd "Brinkwells" waar hij een aantal jaren daarvoor 's nachts het gerommel van de artillerie hoorde over Het Kanaal.

Het stuk stond voor Elgar voor de angst, wanhoop en desillusie die hij voelde na het einde van de eerste wereldoorlog. Het werk geeft een innige kijk op de dood en de sterfelijkheid van de mens weer. De stijl van het werk is compleet verschillend van eerdere werken van Elgar.

Het concert opent met een dramatisch stuk voor de solo cello, gevolgd door een korte cadenza. De altviolen introduceren hierop het hoofdthema, dat daarna overgenomen wordt door de solo cello, die het nóg dramatischer maakt. Het orkest herhaalt weer, en de cello brengt het finale stuk naar voren. De solo cello speelt hierop een aantal prachtige pizzicato arpeggio’s die wegvloeien. Een kleine cadenza volgt weer. Hierna volgt het slot, dat gelijk overgaat in het lichtere tweede deel.

Het tweede deel brengt een heel stuk meer hoop in het concert, met veel zestiende noten. Het tweede deel is een stuk vrolijker.

Het derde deel begint en eindigt met een melodie voor het gehele orkest, maar deze valt uiteen voor de solo cello. Een thema loopt door het gehele deel, wat een nostalgisch effect creëert. 

Dit derde deel loopt gelijk door in het vierde, waardoor een duidelijk contrast ontstaat tussen het lieflijke van het derde deel, in het meer rebelse vierde deel. Het hoofddthema van het vierde deel is statig, maar krijgt wat minder hiervan mee door het wisselen van toonsoorten. Tegen het einde van het celloconcert verlaagt het tempo in een piu lento deel alwaar een nieuw thema verschijnt. Aan het einde van het vierde deel wordt de opening van het eerste deel weer gespeeld, met wat kleine aanpassingen. Dit vloeit door in de herhaling van het hoofddthema van het vierde deel, wat het celloconcert besluit.

De première van het concert was op 27 oktober 1919 met Felix Salmond en het London Symphony Orchestra. Elgar dirigeerde zelf. Na de dood van zij vrouw een paar maanden later besloot Elgar te stoppen met componeren.

Aan dit concert is in het bijzonder de naam verbonden van celliste Jacqueline du Pré (1945-1987). Zij heeft het concert bijzonder vaak uitgevoerd en maakte twee opnamen (met de dirigenten John Barbirolli en Daniel Barenboim), die interpretatief nog steeds gelden als normbepalend.

 

De vier delen van het concert: 

1.    Adagio — Moderato

2.    Lento — Allegro molto

3.    Adagio

4.    Allegro — Moderato — Allegro, ma non troppo — Poco più lento — Adagio